• Ben jij al bezig met het heruitvinden van jouw businessmodel in dit digitale tijdperk? We helpen je graag.

12 woorden uit het webdevelopment woordenboek.

Vincent van Laarhoven

27-11-2018 | 5 min leestijd

“Eindelijk”, hoor ik je al zeggen; “een artikel die mij wegwijs gaat maken in de taal die wordt gebruikt binnen webdevelopment”. Jazeker! We beginnen in dit artikel met een kleine 12 woorden om jou het stotteren te voorkomen wanneer je praat over onderwerpen als API’s, Agile of Laravel. Mocht er animo zijn voor meer woorden, dan zorgen wij ervoor dat er een vervolg komt. Als je hieronder je email achterlaat, brengen we je op de hoogte wanneer er nog zo’n geweldig artikel verschijnt.

    1. Webdevelopment: het ontwikkelen van webapplicaties.
    2. Webapplicatie: een (software)programma ontwikkeld om op een server te draaien, voor het web. De applicatie is dus bereikbaar via je internetbrowser, vergelijkbaar met een website.
    3. Server: een computer waar een webapplicatie en database op staat. Op een server kan dankzij zijn specificaties doorgaans veel data, is snel toegankelijk en is continu verbonden met het internet.
    4. Front-end development: het vertalen van een design en/of wireframe naar een dynamische pagina. De front-end is het gedeelte dat voor de gebruiker zichtbaar is en wordt ook wel User Interface (UI) genoemd.

“Enkele voorbeelden van front-end programmeertalen zijn HTML, CSS en JavaScript.”

    1. Back-end development: het ‘functionele’ onderdeel van een applicatie en tevens handelingen die niet zichtbaar zijn voor de gebruiker. Back-end toepassingen hebben veelal te maken met de opslag en verwerking van data Servers en de applicatie, en kunnen uiteenlopen van een gebruikersregistratie tot koppelingen met andere systemen.

“Enkele voorbeelden van back-end programmeertalen zijn PHP, Java en Python.”

  1. DevOps: de functie die een stabiele infrastructuur voor softwareontwikkeling en -producten verzorgt. De DevOps engineer beheert het process van ontwikkeling, testing en implementatie. De naam komt van de combinatie developer en system operator (ontwikkelaar en systeembeheerder).
  2. CI: Continuous Integration (CI) is een aanpak waarbij code van verschillende developers meerdere keren op een dag, vanzelf wordt geïntegreerd in de codebase waar op dat moment aan wordt gewerkt.
  3. Agile: een filosofie en aanpak voor software development, ontwikkeld door software developers. De Agile filosofie helpt organisaties met het sneller opleveren van kwalitatieve, bruikbare software d.m.v. belangrijke waardes en principes. Vanuit Agile zijn er verschillende raamwerken ontstaan zoals Scrum en Kanban; welke de filosofie praktische handvatten geven.
  4. Scrum: een methodiek gebaseerd op de agile filosofie, die gebruik maakt van een een iteratief proces. Het werk wordt gedaan in ‘sprints’ die zich continu herhalen en het team neemt unieke rollen aan zoals de product owner en scrum master.
  5. API: een Application Programmable Interface (API) is een uitbreiding op een softwaretoepassing waarmee het met andere software programma’s onderling kan communiceren. Dit gebeurt door (een deel van) de code ‘oproepbaar’ te maken voor andere software oplossingen (tevens bekend als een ‘API request’).
  6. Laravel: een open source PHP framework dat het schrijven van back-end code versimpelt door op een eenvoudige manier data en pagina’s te linken om zo informatie te manipuleren (voor de geïnteresseerden: dit is een voorbeeld van MVC).
  7. React: een JavaScript library (een verzameling van hulpmiddelen) voor het ontwikkelen van UIs. React benadert het ontwikkelen van een UI anders; door alle elementen op te breken in components. Hierdoor kan je met React data dynamisch verwerken (alleen veranderende data wordt opnieuw ingeladen).

#developerdonderdag

Op deze afbeelding zie je een post van onze Facebook pagina. Iedere donderdag posten wij over typische developers dingetjes. “Een korte les in developer terminologie” laten we wel eens de revue passeren.